Türk Siyaseti ve Türkiye Siyasi Tarihi - Video Projesi - Türk ve İslam Tarihi - Türk Dna'sı

Bir Dini(?) Hareket Olarak Gülen Hareketi

Burada Hollanda'da Fethullah Gülen Örgütlenmesi Hakkında Raporlar hakkında önemli başlıklar bulabilirsiniz.

Bir Dini(?) Hareket Olarak Gülen Hareketi

Mesajgönderen TurkmenCopur » 08 Nis 2011, 23:40

De Gülenbeweging als religieuze beweging

'In de wereld maar niet van de wereld'

Typerend voor deze beweging is een conservatieve, diep-religieuze levenshouding die zich niet uit in religieus vertoon, maar in toewijding aan maatschappelijke activiteiten. Dienen of zich dienbaar maken - hizmet in het Turks - is zo'n centraal begrip binnen de beweging, dat de term vaak gebruikt wordt om de beweging als geheel mee aan te duiden. Aanhangers spreken liever van Hizmet dan van de Gülenbeweging; de laatste term wordt vooral door buitenstaanders gebruikt. Een sterke disciplinering van het individu en een bijna ascetische leefwijze in de privesfeer gaan gepaard met het nastreven van succes in het maatschappelijke leven. Werelds succes - zowel individueel als van de beweging als geheel - wordt gezien als een bewijs van Gods actieve steun en goedkeuring. Aanhangers van de Gülenbeweging sluiten zich niet af van de buitenwereld en veel van hen gaan gemakkelijk contacten aan met mensen uit andere kring, maar op hun innerlijke overtuigingen lijkt dat geen noemenswaardige invloed te hebben. Hoe werelds hun publieke activiteiten ook zijn, ze onderwerpen zich in het priveleven aan een strikte morele discipline. Het is een levenshouding die lijkt op die van de klassieke calvinisten: zij zijn 'actief in de wereld maar niet van de wereld.'

Die discipline vormt de kern van de religieuze identiteit van de beweging. Wegens het privekarakter ervan is ze aanzienlijk minder gemakkelijk waarneembaar dan de publieke activiteiten. De beweging staat in de traditie van de Turkse mystieke islam (soefisme) en de methoden van disciplinering en het bijbrengen van de gewenste vrome levenshouding komen dan ook uit die traditie. De verplichte rituelen - vooral gebed en vasten - zijn belangrijker dan diepgaande bestudering van de Koran, de hadith (overleveringen over aan de Profeet toegeschreven woorden en daden), en islamitisch recht. Zoals gebruikelijk in soefiordes en door het soefisme beînvloede religieuze bewegingen worden de volgelingen geacht frequent tijd te nemen om gebedsformules te reciteren. De gebedsformule die kenmerkend is voor de Gülenbeweging, en voor de Nur-beweging in het algemeen, wordt Cevşen ('harnas', 'malienkolder', d.w.z. bescherming tegen gevaren) genoemd. Aan het opzeggen van dit gebed wordt grote effectiviteit bij het afweren van alle mogelijke gevaren toegeschreven.

De enige andere religieuze teksten die systematisch worden gelezen, bij voorkeur in groepsverband, zijn de geschriften van Gülen zelf en van Said Nursi, de stichter van de Nur beweging waaruit de Gülenbeweging is voortgekomen. Nursi's geschriften, die samen bekend staan als de Risale-i Nur ('Verhandeling over het [Goddelijke] Licht') vormen een commentaar op de Koran en de plichten van de moslim dat deels gebaseerd is op dromen en visioenen. De Risale-i Nur is in een moeilijk toegankelijk, archaîsch Turks met veel Arabische en Perzische woorden geschreven. Het is een tekst die nauwelijks intellectueel kan worden begrepen maar die moet worden ondergaan; men dompelt zich erin onder, leert sommige passages uit het hoofd, en neemt geleidelijk aan beelden, ideeen, en gevoelsassociaties in zich op. De geschriften van Gülen zijn toegankelijker, maar bevatten eveneens veel Arabische uitdrukkingen, waarvan de betekenis mondeling moet worden toegelicht door meer ingewijden. Het gezamenlijk en onder begeleiding lezen van deze moeilijke teksten en daarbij geleidelijk tot diepere betekenislagen doordringen, draagt bij tot het ontstaan van een gemeenschappelijke habitus en een bewustzijn deel te hebben aan iets dat voor de buitenwereld onbegrijpelijk is.

Het bestuderen van de Risale-i Nur en van Gülens geschriften vindt plaats in huiselijke kring (waar een aantal families samenkomen om Risale te lezen) of in 'studiehuizen' (dersane), huizen die speciaal zijn gereserveerd voor het houden van sohbets, de bijeenkomsten waar deze teksten eerbiedig worden besproken. Vaak is een dersane tevens een studentenhuis, waar studenten die met de beweging zijn verbonden gratis of goedkoop mogen wonen. De instelling van de dersane is specifiek voor de Nur-beweging (en dus niet alleen voor de door Gülen geleide vertakking daarvan) en vormt de belangrijkste institutie voor het organiseren van de aanhang. Sohbets worden ook door andere Turkse islamitische bewegingen georganiseerd. Oorspronkelijk was sohbet de term voor het in nabijheid van de soefimeester verkeren, waarbij men geacht werd via informeel contact, conversatie of niet-verbale communicatie met de meester iets van diens spirituele kracht in zich op te nemen en zich door hem te laten leiden. In de tegenwoordige context kan een sohbet een soort seminar zijn, of een lezing, maar doorgaans wel een waar iets van spirituele betekenis wordt overgedragen. Het luisteren of kijken naar een sohbet van Gülen zelf, ook al is dat slechts via een videocassette of DVD, wordt door veel respondenten ervaren als een interactie waarbij men een spirituele energie voelt overspringen.

Vanwege de geestelijke superioriteit die men in Said Nursi zowel als Fethullah Gülen onderkent, noemt niemand deze leermeesters zomaar bij de naam. Men gebruikt eretitels: over Said Nursi, die door andere nurcus doorgaans Bediüzzaman, 'Sieraad van de Tijd' wordt genoemd, wordt gewoonlijk Üstad ('Meester') genoemd, en Fethullah Gülen Hocaefendi ('Heer Leraar'). Personen uit de directe omgeving van beide leermeesters delen in het gezag dat aan dezen wordt toegekend, en er is een natuurlijke hierarchie van gezag binnen de beweging die samenhangt met de mate van nabijheid tot deze centrale figuren. Al deze dragers van afgeleid religieus gezag worden als abi ('oudere broer') betiteld - een term die in Turkije heel algemeen gebruikt wordt om iemand aan te spreken, maar die bij de Nur- en Gülenbeweging daarnaast een speciale betekenis gekregen heeft. Er zijn abis die Gülens naaste medewerkers zijn en die samen met hem leiding geven aan de beweging in haar geheel; er zijn abis met gespecialiseerde taken; en er is een regionale hierarchie van abis, met twee of drie niveaus (land - regio - stad), en daaronder weer abis met eenvoudigere, beperkte taken zoals het leiden van een pension of dersane. Vrouwen zijn apart georganiseerd, met eigen pensions en dersanes, en eigen regelmatige groepsbijeenkomsten; de leidende rol wordt bij hen gespeeld door de abla, 'oudere zuster'.

Het zijn abis, op alle niveaus, die de volgelingen helpen de geschriften van Üstad en Hocaefendi te begrijpen, die onbekende uitdrukkingen verklaren en de teksten in verband brengen met het leven en de bijzondere statuur van de meesters. Aan beiden worden bijna bovenmenselijke eigenschappen toegeschreven. Verhalen van Abis over deze meesters, soms ook gebaseerd op dromen of visioenen, worden op hun beurt gezaghebbend en worden door volgelingen doorverteld: Abis hebben gedroomd dat ze Hocaefendi samen zagen met de Profeet, dat Hocaefendi de Mehdi is (de Messias van de Islam, die aan het einde van de tijden komt om na een periode van ongerechtigheid een rijk van rechtvaardigheid in te stellen), dat dankzij Hocaefendi Europa binnen enkele decennia voor de helft tot de islam zal zijn bekeerd en dat de moslims de overblijvende christenen zullen helpen het Paradijs te verwerven.

Als hulpmiddel bij de zelfdiscipline houden volgelingen van de beweging (şakirt of 'leerling' genoemd) een zg. çetele bij, een soort dagboek waarin wordt opgetekend wat men iedere dag aan devotie heeft verricht: hoe lang men uit de Cevşen heeft opgezegd, hoeveel van Üstad of Hocaefendi gelezen. In internaten en pensions van de beweging wordt de çetele van de şakirt regelmatig door diens abi gecontroleerd. Ook het feit dat de şakirt in internaten en studentenhuizen bijna nooit alleen zijn - ze delen doorgaans een kamer met anderen -versterkt de onderlinge controle en discipline. Binnen de beweging (maar niet in de scholen en andere publieke activiteiten) bestaat een strikte gendersegregatie; mannelijke en vrouwelijke studenten hebben hun eigen instellingen en zien niemand van de andere sekse. Relaties met iemand van de andere sekse zijn niet toegestaan. Huwelijken worden bij voorkeur door de beweging gearrangeerd (hoewel er geen sprake is van dwang, maar slechts morele druk).
Wat de auteur van de meest grondige studie over de Gülen-beweging in Turkije, Berna Turam, schrijft over de discipline en gehoorzaamheid bij de kernleden van de beweging en over het grote verschil in geesteshouding tussen de publieke activiteiten van de beweging en de eisen die aan deze kernleden worden gesteld, geldt ook voor de volgelingen in Nederland:
"The main characteristic of everyday life among those in the inner core is communal order and discipline. There is no obligation to join and remain in the inner core or to be in service. However, if one chooses to be part of it, there is not much negotiation over the ruling principles of life and morality. It is an all-encompassing package deal that cannot be chosen halfway. The uniform rule-bound piety in the private sites provides an ambiguous contrast to the tolerant discourses in the public sites. The pious private sites impose rigid restrictions on individual liberties. [...] Liberal values promoted in the window sites, such as tolerance for individual freedom, are replaced by the rule-observing moral life of the inner core."

In de jaren dat Turkijes specifieke vorm van secularisme het meest rigoureus in de praktijk werd gebracht - de periode 1925-50, en opnieuw enkele jaren na 1960 - werden mystieke bewegingen, waaronder de Nur-beweging, vervolgd als belemmeringen voor de gewenste modernisering. Said Nursi bracht een groot deel van deze periode in gedwongen verbanning en onder huisarrest door. Na zijn overlijden in 1960 werd zijn lichaam door militairen meegenomen en op een onbekende plek begraven om te voorkomen dat er een cultus rond zijn graf zou ontstaan. Mensen die Nursi's werken in publiek lazen werden gearresteerd als staatsgevaarlijk. Deze geschiedenis van vervolging heeft haar sporen nagelaten in de habitus van de verschillende vertakkingen van de Nur-beweging (waaronder die van Fethullah Gülen). Het wantrouwen tegenover de buitenwereld, en de neiging alles wat de interne gang van zaken binnen de beweging betreft geheim te houden, zijn op de ervaringen van deze periode te herleiden.

De aanhang van de beweging en Gülens 'gouden generatie'

De oorspronkelijke aanhang van de beweging was voor een belangrijk deel zeer conservatief en uiterst nationalistisch, vol vooroordelen tegen niet-moslims en seculiere geloofsgenoten (en vooral tegen alevieten en nationalistische Koerden). Ze was vooral afkomstig uit de traditionele lagere middenklasse - winkeliers en ambachtslieden (esnaf), onderwijzers, etc. Sinds de transformatie Turkije van jaren 80 heeft de beweging ook een aanzienlijk modernere aanhang gekregen: middengrote ondernemers in moderne bedrijfstakken, hoogopgeleide mensen uit alle faculteiten: ingenieurs, artsen, apothekers, juristen - mensen met een kosmopolitischere houding.
Volgens een recent onderzoek in verschillende provinciehoofdsteden in Turkije lijkt van de verschillende islamitische bewegingen de Gülenbeweging degene te zijn die onder studenten de meeste aanhang heeft. Alle studenten bleken de beweging van naam te kennen. Een deel van de aanhangers was ermee in aanraking gekomen door regelmatig bezoek aan een dersane in het kader van de voorbereiding voor het toelatingsexamen voor de universiteit; een ander deel had aan de universiteit zelf met de beweging kennisgemaakt en was toegetreden. Hoogopgeleiden lijken in Turkije, en nog sterker in de diaspora, oververtegenwoordigd te zijn binnen de beweging.
Door de veranderende samenstelling van de aanhang lijkt er een zekere spanning te bestaan tussen oudere volgelingen, die nog de houding van de jaren zestig weerspiegelen en de neiging tot xenofobie niet hebben losgelaten (en van wie men anti-christelijke, anti-joodse en anti-seculiere opmerkingen kan beluisteren), en de hoger opgeleide moderne aanhangers die sterker beînvloed zijn door het latere discours van pluralisme en dialoog, en die ook in hun werksfeer gewend zijn met andersdenkenden om te gaan.

De beweging streeft ernaar de aanhang in alle sectoren van de samenleving te vergroten, maar bijzondere aandacht wordt geschonken aan het vormen van wat genoemd wordt 'de gouden generatie' (altın nesil), een elite van toegewijde en bekwame jonge mensen, die vroomheid en de bereidheid te dienen paren aan maatschappelijk succes. Het ideaal van zo'n 'gouden generatie' is geen uitvinding van Gülen maar is afkomstig van de stichter van de Nur-beweging, Said Nursi. Bij Gülen kreeg het echter de praktische invulling waarbij de beweging ernaar streeft op alle mogelijke terreinen van activiteit mensen te leveren die uiterst professioneel zijn en tegelijk een levenshouding hebben die gekenmerkt is door diepe vroomheid, bescheidenheid, en de bereidheid eigenbelang op te geven ten dienste van de beweging. De Gülenscholen vormen een belangrijk instrument van dit streven, maar alleen in de zin dat die scholen, die een breed scala aan leerlingen hebben, de gelegenheid bieden potentiele leden van de 'gouden generatie' te identificeren en geleidelijk de bijbehorende spirituele disciplinering te geven (die buiten de scholen plaatsvindt). Op de internaten en in studentenhuizen vindt een belangrijk deel van die disciplinering plaats, maar veel scholieren en studenten die jarenlang in deze omgeving verblijven raken weer geleidelijk uit deze invloedssfeer zonder tot de elite door te dringen. Het is uiteindelijk vooral via een proces van zelfselectie dat de elite wordt gevormd, die de kern van de beweging vormt en die het eigen leven grotendeels in het teken van hizmet, het dienen, stelt. Nieuwe abis op de verschillende niveaus worden uit deze groep geselecteerd.

De aanhang van de beweging is veel breder dan deze elite alleen; veel voormalige bewoners van een internaat of studentenpension hebben wat afstand tot de beweging genomen, maar blijven een mate van loyaliteit voelen. Er waren tal van redenen om afstand te nemen (verder toegelicht in een later hoofdstuk): sommigen zagen de beweging vooral als middel om een goede opleiding te krijgen en namen afstand na voltooiing van de studie; anderen voelden behoefte aan meer privacy, kregen een relatie met een vriend of vriendin (wat binnen een studentenpension strikt verboden was), of begonnen te twijfelen aan de religieuze ideeen die de beweging vertegenwoordigde. Een nog veel bredere groep van aanhangers bestaat uit sympathisanten die de beweging een warm hart toedragen en de conservatief-religieuze en nationalistische attitude delen maar geen strikte disciplinering hebben gevolgd. Zij nemen wel min of meer regelmatig deel aan ontmoetingen die de beweging organiseert, per beroepsgroep of op het niveau van de stad of wijk, maar zijn niet voor alle mogelijke activiteiten inzetbaar.
Een belangrijke groep onder de aanhang zijn de zg. mütevellis, de personen die de beweging financieel ondersteunen. Van een mütevelli wordt niet verwacht dat hij zich aan een strikte morele discipline onderwerpt (al wordt dat wel gewaardeerd). Mütevelli, abi en şakirt zijn de drie duidelijkst te onderkennen categorieen van aanhangers van de beweging, met onderscheiden rollen. Om hen heen bevindt zich een grote groep waarvan de mate van betrokkenheid bij de beweging aanzienlijk moeilijker vast te stellen is en die men de maatschappelijke partners van de beweging zou kunnen noemen. Velen hebben een andere, eerder seculiere achtergrond, maar blijven in contact met de beweging vanwege andere gemeenschappelijke belangen. Dat is het duidelijkst waar te nemen bij de aan de beweging gelieerde ondernemersverenigingen en de diverse dialoogactiviteiten.

Turkse Moslim Broeders of Turks-Islamitische Jezuieten?

In de pers is de Gülenbeweging wel 'ultra-orthodox', 'fundamentalistisch' of 'islamistisch' genoemd. Deze termen zijn ons inziens zeer misleidend, indien ze althans in de gangbare betekenis worden gebruikt. De term 'orthodox' verwijst, als we het over moslims hebben, doorgaans naar het strikt vasthouden aan de vier rechtsscholen en een fixatie op precies vastgelegde regels. De Gülenbeweging erkent weliswaar de hanefitische rechtsschool (en voor Koerdische aanhangers de sjafi'itische school), maar de teksten over islamitisch recht en preciese rituele regels die de kern van de islamitische orthodoxie vormen spelen nauwelijks of helemaal geen rol. In plaats van op de rechtsregels richt de beweging zich op morele waarden. 'Fundamentalistisch', in de zin van een strakke orientatie op de heilige schrift (Koran en hadith), is de beweging al evenmin. Ze richt zich veel meer op de door de twee grote leraren Nursi en Gülen geschreven teksten dan op de Koran en gezegden van de Profeet. Ook de fixatie op preciese gedragsregels die vaak typerend voor fundamentalisten is, vindt men niet bij de aanhang van Gülen. De term 'islamisme' wordt doorgaans gereserveerd voor bewegingen die een politiek programma gebaseerd op de islam hebben. Voor islamisten is de islam niet alleen maar een religie in de strikte betekenis van het woord maar een allesomvattende ideologie, een handleiding voor de inrichting van de samenleving, de staat en

de economie. Ook dit is bepaald niet op de Gülenbeweging van toepassing. De beweging is sociaal conservatief en zoekt aansluiting bij de sterk door soefisme gekleurde traditionele islam van Turkije. Net als fundamentalisten en islamisten wijst men bepaalde aspecten van de moderne westerse cultuur af, maar de beweging is veel sterker geneigd tot soepele omgangsvormen met andersdenkenden.
Als men zou zoeken naar vergelijkbare bewegingen elders in de wereld van de islam, dan is het meest voor de hand liggende voorbeeld de Moslim Broederschap, die ook de leden een strikte morele en spirituele disciplinering oplegt, een hierarchische opbouw heeft, en in een groot aantal landen georganiseerd is. Er zijn echter aanzienlijke verschillen, en die gaan verder dan het verschil tussen Turkse en Arabische islam alleen. De Broederschap is primair een politieke beweging, en zij streeft naar het islamiseren van de publieke sfeer, terwijl voor de Gülenbeweging juist het seculiere karakter van de publieke activiteiten zo kenmerkend is (naast de strikte spirituele discipline en sociale controle binnen de beweging zelf). Wel hebben beide bewegingen met elkaar gemeen dat ze veranderingen in de samenleving willen bewerkstelligen door te beginnen bij het individu, dat moet worden gevormd tot een nieuw type mens: de 'islamitische persoonlijkheid' bij de Broederschap, de 'gouden generatie' bij Gülen. In de ideologie van de Broederschap moet vervolgens de samenleving door deze 'islamitische persoonlijkheden' worden geîslamiseerd, en uiteindelijk de staat tot een 'islamitische staat' omgevormd, waarin in overeenstemming met de goddelijke wet wordt geregeerd. Een expliciet vertoog over de islamitische staat bestaat bij de Gülenbeweging niet (voorzover de onderzoekers bekend is ook niet in interne kring), en de politiek die zij bedrijft is van een andere orde, waarbij het er voornamelijk om gaat de Turkse gevestigde secularistische of antireligieuze elite (op politiek, economisch en cultureel gebied) geleidelijk te vervangen door een elite uit eigen kring. De Moslim Broederschap zelf ziet in Turkije de 'pro-islamitische' partijen geleid door Necmettin Erbakan, ook wel de Milli Görüş-beweging genoemd, als de meest verwante beweging. Erbakan nam regelmatig deel aan de internationale bijeenkomsten waar leiders van de Broederschap in verschillende landen elkaar ontmoetten.

Met de bekendste fundamentalistische bewegingen heeft de Gülenbeweging wel heel weinig gemeen. De salafistische islam - een verzameling stromingen die alle geloofsvoorstellingen en rituele handelingen afwijzen die niet door de eerste drie generaties moslims al werden aangehangen en uitgevoerd - kent wel vergelijkbare vormen van ascetische zelfdisciplinering maar is vooral gericht op een zo letterlijk mogelijke toepassing van uit de Koran en Hadith af te leiden voorschriften voor ritueel, kleding en sociaal gedrag. Zowel de spiritualiteit van de Gülenbeweging als haar diverse maatschappelijke activiteiten zijn voor salafisten ontoelaatbare afwijkingen van de 'zuivere' islam. Saoedi-Arabie is, niet toevallig, een van de weinige moslimlanden waar scholen en andere activiteiten van de Gülenbeweging niet zijn toegestaan.
Het is verrassend dat de religieuze beweging waarmee de Gülenbeweging misschien wel het meest gemeen heeft een christelijke beweging is, de orde der Jezuîeten - tussen beide bestaat een soort familiegelijkenis die wederzijds erkend wordt. De nadruk op het vormen van een intellectuele elite, de ascetische discipline, de bereidheid van de kernleden van de beweging om te gaan waarheen de beweging hen zendt, de spiritualiteit die gecultiveerd wordt in besloten kring in combinatie met een actief engagement met de moderne wereld, en dialoog met andersdenkenden zijn trekken die men in elkaar herkent. Dit is ook anderen opgevallen: door andere islamitische bewegingen in Turkije is de Gülenbeweging wel uitgemaakt voor een krypto-christelijke beweging of een sekte die zou streven naar versmelting van de twee religies - vooral sinds Gülens ontmoeting met de Paus.

Anders dan de Jezuîeten zijn de volgelingen van Gülen doorgaans niet celibatair. (Gülen zelf is dat trouwens wel, net als Said Nursi dat was; hij verklaart zijn afwijzing van seksualiteit -die in strijd is met de dominante moraal van de islam - uit de keuze voor volledige toewijding aan zijn missie.) Maar ook de Gülenbeweging reguleert de seksualiteit van de şakirts. Seksuele activiteit wordt sterk ontmoedigd; masturbatie is (net als in vrijwel alle andere religieuze bewegingen) taboe en wie een vriend of vriendin krijgt, al betreft het slechts een platonisch contact via de telefoon, kan in principe niet langer in een studentenhuis van de beweging blijven. Waar veel andere islamitische bewegingen huwelijk op jonge leeftijd (met een partner binnen de beweging) aanbevelen, om de zonde van voorechtelijke seks te voorkomen, is het binnen de Gülenbeweging gebruikelijk, dat trouwe volgelingen het huwelijk lang uitstellen om zich eerst volledig aan de beweging te wijden. Wanneer ze uiteindelijk trouwen, is het in principe ook hier de beweging die een partner zoekt.

Onder christenen die actief zijn in de interreligieuze dialoog bestond al geruime tijd de mening dat de Turkse Nur-beweging een van de zeer weinige islamitische bewegingen is die werkelijk geînteresseerd is in dialoog en die bereid is op voet van gelijkheid met niet-moslims, althans met christenen, ontmoetingen aan te gaan. Vanaf de jaren negentig is het vooral Gülen geweest die actief een rol is gaan spelen in de dialoog met christenen en met andersdenkenden, en voor wie de dialoog een belangrijk aspect van de publieke activiteit werd. Een persoon die de afgelopen vijftien jaar een rol gespeeld heeft in de bemiddeling tussen de Gülen-beweging en christelijke instanties is de vooraanstaande Amerikaanse Jezuîet Dr. Thomas Michel, een bekend islamoloog en arabist. Michel heeft o.a. in Turkije gedoceerd en was in de jaren negentig de hoogst verantwoordelijke functionaris in het Vaticaan voor de dialoog met de islam. Hij speelde op de achtergrond een rol bij de ontmoeting tussen Gülen en de Paus in 1998 en heeft vaak als advocaat en apologeet van de beweging opgetreden. Hij heeft Gülen in de VS vaak ontmoet, en is een frequent en graag geziene gast op Gülen conferenties. Hij heeft een groot aantal positief getoonzette maar zeer informatieve artikelen over Gülen en de Gülenbeweging gepubliceerd (veelal in door de beweging gesponsorde publicaties).

Op de gelijkenissen tussen de Jezuieten en de Gülenbeweging is wel eerder gewezen. In het eerder geciteerde Time artikel van 24 april 2010 wordt zelfs van een directe beînvloeding gesproken: Gülens eerste volgelingen zouden zijn onderwezen door christelijke zendelingen met ervaring in Afrika en Latijns-Amerika. Concrete informatie over zulke vermeende directe invloeden zijn de onderzoekers echter niet tegengekomen. Dr. Thomas Michel zelf ontkent dat er een bijzondere band bestaat tussen Jezuîeten en de Gülenbeweging; hij is de enige Jezuîet die intensief contact met Gülen en zijn beweging heeft gehad. De overeenkomsten tussen de Societeit van Jezus en de Gülenbeweging zijn, zegt hij, min of meer toevallig en vallen te herleiden tot de persoonlijkheidsvormende waarde van spirituele oefeningen.

De interne organisatie van de Gülenbeweging

Een van de moeilijkst te doorgronden aspecten van de beweging is de mate van centralisatie en coördinatie van activiteiten in de talrijke plaatsen waar ze actief is. Woordvoerders van instellingen die tot de beweging behoren, in Nederland zowel als elders, geven vrijwel altijd aan dat ze wel geînspireerd zijn door de ideeen van Gülen maar dat ze geen specifieke instructies ontvangen hebben of nog ontvangen. Alle activiteiten zouden ze geheel op eigen initiatief ondernemen, en als er al een grote gelijkenis is tussen de activiteiten op verschillende plaatsen, dan zou dat het gevolg zijn van navolging van succesvolle voorbeelden, niet het resultaat van centrale planning en gecoördineerde uitvoering.

Het gebeurt niet vaak dat een echte insider een boekje open doet over de gang van zaken binnen de beweging. Een van de zeer weinigen, Nurettin Veren, heeft in 2004 en 2005 aan de nationalistische pers een aantal 'onthullende' interviews gegeven, waarin hij beweerde dat de beweging zeer sterk gecentraliseerd is en dat Gülen zich persoonlijk met ieder detail bemoeide, tot het arrangeren van de huwelijken van de aanhangers en het bedenken van namen voor hun kinderen (zo'n 400 tot 500 per maand) toe. Veren zou vanaf 1966 nauw met Gülen verbonden zijn geweest en diverse leidende posities in de beweging hebben ingenomen, o.a. bij de krant Zaman en het televisiestation Samanyolu. In sommige media werd zelfs met enige overdrijving van 'Gülens tweede man' gesproken; bronnen binnen de beweging meldden alleen dat Veren nooit een positie van belang had bekleed en onthielden zich van commentaar over zijn beweringen. Veel werkelijk schokkends bevatten Verens 'onthullingen' niet, maar ze bevestigden het beeld van een strak en autoritair geleide organisatie, waarin Gülen en een handvol vertrouwelingen controle hebben over een machtig zakenimperium, een belangrijk deel van de media, en zelfs een deel van het overheidsapparaat.

De beweging bewaart een zorgvuldig stilzwijgen over de interne organisatie, of ontkent dat er zoiets als een centraal leiderschap zou bestaan. De namen van Gülens naaste medewerkers, die sinds de late jaren zestig samen met hem de beweging hebben opgebouwd, zijn wel bekend en er is ook wel enig inzicht in de arbeidsverdeling en verdeling van verantwoordelijkheden tussen hen (media, hoger onderwijs in Turkije, zakenwereld, contacten met politici, activiteiten in verschillende delen van de wereld), maar de mate van betrokkenheid van deze groep bij alle activiteiten in het buitenland blijft zeer ondoorzichtig.
In ieder land buiten Turkije is er een abi die de hoogste verantwoordelijkheid voor de activiteiten in dat land heeft en die de hoofdlijnen uitzet, en onder hem voor iedere regio een abi, en soms nog een derde bestuurslaag van stedelijke abis. In Nederland lijken er nu slechts twee bestuurslagen te zijn: de abi voor Nederland en een aantal abis voor regio's zoals Rotterdam, Amsterdam, Utrecht-Amersfoort, Arnhem en omgeving, enzovoort. Deze bestuurders van de territoriale structuur zijn allen in Turkije in de beweging opgeleid (en die in Nederland spreken dan ook niet allemaal even goed Nederlands). In principe kunnen deze abis na een paar jaar naar een ander land worden overgeplaatst, al levert de toenemende moeilijkheid een verblijfsvergunning te verkrijgen een beperking van hun mobiliteit op. Deze abis blijven doorgaans zoveel mogelijk buiten de publiciteit. Ze zijn wel bekend bij de volgelingen van de beweging, want zij leiden regelmatig sohbets waarin ze de ideeen van Said Nursi en Fethullah Gülen uitleggen.

Er zijn ons geen gevallen bekend van in Nederland opgegroeide leden die zelf tot hoge bestuursfuncties binnen de beweging zijn doorgedrongen en die in een ander land worden ingezet. De publieke activiteiten - scholen en bijlescentra, dialoog, ondernemersvereniging, etc. - worden daarentegen wel veelal geleid door ter plaatse opgegroeide, hoogopgeleide jonge mensen die uitstekend de weg in de samenleving kennen. Zeer schematisch kan men dus twee typen leider onderkennen: de ideologen en bestuurders enerzijds en de uitvoerders anderzijds. Het lijkt bijna onvermijdelijk dat er spanningen ontstaan tussen beide typen leiders, al was het maar doordat de laatsten intensieve contacten onderhouden met de wijdere samenleving en meer blootstaan aan invloeden van buiten. Daarvan is tot dusver echter niet veel gebleken. In de praktijk is er een minder scherpe scheiding tussen beide leiderstypes en zijn er ook uit Turkije uitgezonden abis die een publieke rol overnemen. Dat is vooral het geval in landen waar geen grote Turkse gemeenschap aanwezig is, zodat de zendelingen uit Turkije zelf het netwerk van contacten met de samenleving ter plaatse moeten opbouwen, maar ook in Nederland en andere Europese landen zijn er meerdere abis die een publieke functie in instellingen van de beweging vervullen.
Beide typen leiders reizen regelmatig naar Turkije voor overleg. De communicatie van 'buiten' naar de leiders in Turkije lijkt aanzienlijk efficienter dan de horizontale communicatie tussen plaatselijke of regionale afdelingen van de beweging. Abis op lagere niveaus zijn wel goed geînformeerd over alle activiteiten die onder hun verantwoordelijkheid vallen en kennen de andere abis binnen hun territoriale structuur ook wel, maar hebben onvolledige informatie over wat er in de parallelle eenheden gebeurt en dat geldt a fortiori voor wat op hogere niveaus gedaan wordt. In ieder land vinden vergelijkbare activiteiten plaats, maar doorgaans goed aangepast aan lokale omstandigheden, wat de indruk wekt dat op de lagere niveaus een aanzienlijke mate van eigen initiatief mogelijk is.

Naast de hierarchische territoriale structuur van abis bestaat er ook een functionele structuur, die vooral in Turkije zelf duidelijk is: veel beroepsgroepen, met name van hoger opgeleiden, hebben hun eigen structuur van abis en ablas - de laatstgenoemden uiteraard voor beroepsgroepen waarin veel vrouwen vertegenwoordigd zijn. Abis en ablas hebben zeer regelmatig overleg met elkaar in ontmoetingen die istişare ('beraadslaging') genoemd worden. (De genderscheiding blijft hierbij overigens strikt gehandhaafd: er zijn aparte istişares voor abis en ablas.) Hier komen abis of ablas van gelijk niveau bijeen om met elkaar lopende zaken bespreken en een gemeenschappelijke strategie uit te stippelen; de bijeenkomst wordt gecoördineerd door een hogere abi, die het hier besprokene naar een hoger niveau communiceert. Zulke istişares zouden bijna wekelijks op alle niveaus plaatsvinden. De verticale communicatie binnen de beweging vindt vooral via dergelijke istişares plaats.

Internaten, studentenhuizen (dersane / ışık evi) en zomerkampen vormen de belangrijkste institutionele structuur waarmee de beweging nieuwe volgelingen opleidt en disciplineert. De sociale druk om te conformeren is hier het sterkst. Daarnaast zijn er voor volgelingen van alle leeftijden en sociale milieus regelmatige ontmoetingen, die een vergelijkbare disciplinerende functie hebben en de volgelingen betrokken houden bij de beweging. Op de laagste niveaus zijn dit ontmoetingen van homogene groepen: mensen uit dezelfde wijk, behorend tot dezelfde beroepsgroep, en van vergelijkbaar opleidingsniveau. Hier kan over gewone alledaagse zaken gesproken worden, mensen kunnen ervaringen uitwisselen, elkaar suggesties doen om problemen op te lossen waarmee ze zich geconfronteerd zien. Er kan ook over meer spirituele zaken gesproken worden; de bijeenkomst is dan een sohbet, waar bijvoorbeeld een passage uit de Risale-i Nur of uit een toespraak van Gülen besproken wordt.

Mütevellis, de sympathisanten van de beweging die deze financieel ondersteunen, zijn van essentieel belang voor de beweging. Middengrote ondernemers in Turkije, maar ook kleine en middelgrote ondernemers in de Turkse diaspora dragen een belangrijk deel van de kosten van de beweging, en er wordt veel moeite gedaan de mütevellis gemotiveerd en bij de beweging betrokken te houden. Individuele zakenlieden worden door abis bezocht en bewerkt; daarnaast zijn er himmet ('fundraising') bijeenkomsten, waar aan potentiele sponsors wordt uitgelegd wat voor nieuwe ondernemingen er op stapel staan waarvoor geld nodig is. Doorgaans betreft dit nieuwe projecten elders: een school in Centraal-Azie of in Afrika bijvoorbeeld, en wordt ernaar gestreefd, een blijvende band te scheppen tussen een groep sponsors en een gebied van activiteit elders in de wereld.
Voor ondernemers levert een nauwe band met de beweging ook voordelen op: de aanhang van de beweging is groot genoeg om een afzetmarkt te vormen, en de uitstekende netwerken van contacten die de beweging in allerlei landen heeft opgebouwd kunnen ook voor Turkse ondernemers nuttig zijn.

Kaynakça
Kitap: De Fethullah Gülenbeweging in Nederland
Yazar: Martin van Bruinessen
Kullanıcı avatarı
TurkmenCopur
Genelkurmay Başkanı
Genelkurmay Başkanı
 
Mesajlar: 13983
Kayıt: 29 Eki 2010, 17:26

Dön Hollanda'da Fethullah Gülen Örgütlenmesi Hakkında Raporlar

Kimler çevrimiçi

Bu forumu gezen kullanıcılar: Hiç bir kayıtlı kullanıcı yok ve 1 misafir