Türk Siyaseti ve Türkiye Siyasi Tarihi - Video Projesi - Türk ve İslam Tarihi - Türk Dna'sı

Gülen Hareketi Hakkında Kaynaklar

Burada Hollanda'da Fethullah Gülen Örgütlenmesi Hakkında Raporlar hakkında önemli başlıklar bulabilirsiniz.

Gülen Hareketi Hakkında Kaynaklar

Mesajgönderen TurkmenCopur » 08 Nis 2011, 23:24

Dit rapport is opgesteld ter beantwoording van de vragen van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie aangaande de internaten en instellingen voor huiswerkbegeleiding van de zogenaamde Gülenbeweging. Deze vragen betreffen met name de pedagogisch-didactische aanpak en het klimaat binnen deze instellingen, en de invloed ervan op contacten buiten de eigen (etnische) groep. De rapporteur heeft de vrijheid genomen deze vragen breed te interpreteren en ook andere dan de genoemde instellingen, die (mede) een educatief of karaktervormend doel hebben, in de beschrijving en analyse te betrekken.

Het rapport is gebaseerd op bevindingen in het kader van een breder en nog lopend vergelijkend onderzoek naar een aantal invloedrijke transnationale islamitische organisaties die in West-Europa actief zijn, waaronder de Gülenbeweging. Dit onderzoeksproject, dat door prof. Martin van Bruinessen van de Universiteit Utrecht wordt gecoördineerd en wordt uitgevoerd in samenwerking met FORUM, Instituut voor Multiculturele Vraagstukken, is begin 2009 van start gegaan. Ook het deel van dit onderzoeksproject dat betrekking heeft op de Gülenbeweging, dat door van Bruinessen zelf in samenwerking met Mehmet Şahin wordt uitgevoerd, was al begonnen voordat bekend werd dat de Minister, naar aanleiding van Kamervragen, een onderzoek speciaal naar de internaten en huiswerkbegeleiding van deze beweging wilde doen uitvoeren.

Op 17 december 2009 werd bekend dat de Minister had besloten de aanbestedingsprocedure van dit laatste onderzoek stop te zetten en zich te beraden op vervolgstappen om tot een gedegen onderzoeksrapport te komen. Op 8 maart 2010 werd de aanbestedingsprocedure formeel ingetrokken en FORUM verzocht om een rapportage op grond van het reeds lopende onderzoek van van Bruinessen en Şahin. Dit onderzoek heeft een ruimere vraagstelling dan het door de Minister verlangde - het betreft o.a. ook de interne organisatie van de beweging en de specifiek religieuze praktijken en de methoden van disciplinering of persoonlijkheidsvorming binnen de beweging. Volgens de oorspronkelijke planning zal dit onderzoek niet voor het eind van 2010 zijn afgerond. Op verzoek van het Ministerie is besloten prioriteit te geven aan een rapportage over de bevindingen betreffende de specifieke door de Minister gestelde vragen, en het is deze rapportage die hierbij wordt aangeboden.

Het rapport is opgesteld door Martin van Bruinessen, op basis van eigen interviews en observaties en een omvangrijke hoeveelheid schriftelijke bronnen, en met gebruikmaking van materiaal uit de door Mehmet Şahin opgetekende levensgeschiedenissen van personen die bij de beweging betrokken zijn of geweest zijn. Voor de selectie van het materiaal, de analyse en de conclusies is alleen van Bruinessen verantwoordelijk.

De Fethullah Gülenbeweging is wereldwijd een van de snelst groeiende islamitische bewegingen. Van oorsprong Turks, en de belichaming van een specifiek Turkse vorm van religiositeit gepaard aan Turks nationalisme, is zij actief in meer dan honderd landen. De meest opvallende activiteit van de beweging bestaat in het oprichten van scholen, en er is vaak een nauwe samenhang met Turks ondernemerschap. Beide lijken ten dienste te staan van een missie die tegelijk islamitisch en Turks is. Ook is de beweging in toenemende mate actief in de interreligieuze dialoog en in charitatief werk en noodhulp. De aan de beweging verbonden noodhulporganisatie Kimse Yok Mu ("Is Er Dan Niemand?") is in enkele jaren tijd uitgegroeid tot een van de grootste islamitische internationale hulporganisaties, en heeft onder andere op grote schaal hulp geboden bij de recente overstromingsramp in Pakistan.

Deze beweging wekt niet alleen in Nederland maar in veel landen waar zij actief is, vooral ook in Turkije zelf, niet alleen bewondering om haar overduidelijke successen maar ook achterdocht wegens haar ondoorzichtige en gesloten karakter, de enorme financiele middelen waarover zij lijkt te beschikken, en de onduidelijkheid van haar bedoelingen. Het feit dat sommige woordvoerders van met de beweging gelieerde instellingen verklaren, dat er geen sprake is van een georganiseerde beweging maar van spontane en ongecoördineerde activiteiten van mensen die zich laten inspireren door de ideeen van Fethullah Gülen, heeft de indruk versterkt dat er iets verborgen wordt. Tegenstanders van de beweging beschuldigen haar van een dubbele agenda en het ophouden van een moderne seculiere façade waarachter een strategie schuilgaat om een conservatieve, 'ultra-orthodoxe' of 'fundamentalistische' islam aan de samenleving op te leggen.
De Gülenbeweging is een religieuze beweging, maar vrijwel al haar publieke activiteiten zijn seculier. Zij doet in de publieke ruimte niet aan de verbreiding van religieuze ideeen en propageert geen opzichtige symbolen van islamitische identiteit; godsdienstonderwijs, religieuze devotie en zelfdisciplinering vinden voornamelijk in het privedomein plaats. Dat onderscheidt haar van de meeste andere islamitische stromingen, en het maakt dat zij zich gemakkelijker in een seculiere maatschappij kan inpassen. De Gülenbeweging heeft geen eigen moskeeen, zoals de belangrijkste andere Turkse conservatief-religieuze beweging, Milli Görüş, die wel heeft. Zij organiseert geen korancursussen of ander geformaliseerd godsdienstonderwijs. De scholen die zij opricht hebben geen duidelijk islamitisch karakter maar bieden een seculier curriculum. De meeste door de beweging uitgegeven media hebben al evenmin een duidelijk islamitisch karakter en reflecteren een breed scala aan opinies. Aan de debatfora en andere publieke bijeenkomsten die de beweging organiseert, nemen personen van zeer uiteenlopende achtergronden deel; opvallend is doorgaans de aanwezigheid van veel vrouwen zonder hoofddoek naast modieus bedekte. De begrippen 'tolerantie' en 'dialoog' komen veelvuldig voor in de toespraken van Gülen en worden door aanhangers van de beweging als typerend voor de eigen levenshouding beschouwd. De verschillende instellingen van de beweging spannen zich in, vaak met succes, om nauw samen te werken met personen en organisaties die een geheel andere achtergrond hebben, moslims zowel als niet-moslims.

Intern vertoont de beweging een minder open gezicht. De omarming van termen als 'tolerantie' en 'dialoog' betekent niet dat men bereid is de eigen religieuze overtuigingen ter discussie te stellen. In scholierenpensions en studentenhuizen wordt de jonge generatie gestimuleerd en geholpen met de studie maar staat tevens onder sterke sociale controle; ze blijft afgeschermd van frivool amusement en gevaarlijke ideeen uit de buitenwereld, en besteedt veel tijd aan de bestudering van de werken van Gülen en aan religieuze oefeningen. De hier getrainde kaderleden van de beweging blijken vaak zeer goede studieresultaten te hebben, gemakkelijk hun plaats in de samenleving te vinden, en loyaal te blijven aan de beweging, wat zich uit in de bereidheid eigen belangen ondergeschikt te maken aan die van de beweging.

In de huidige machtsstrijd in Turkije tussen de 'pro-islamitische' regeringspartij AKP en een deel van het oude seculiere establishment (facties binnen leger en veiligheidsdiensten en diverse ministeries) wordt de Gülenbeweging vaak genoemd als een van de belangrijke actoren. Twee van de officieren van justitie die de strafprocessen tegen het criminele netwerk Ergenekon (o.a. verantwoordelijk voor een reeks moorden en pogingen tot moord, bomaanslagen en een poging tot staatsgreep) hebben geînitieerd, zouden Gülen-aanhangers zijn. Binnen het politieapparaat zou de Gülenbeweging een sterke machtspositie hebben opgebouwd, en zelfs in het leger zouden aanhangers van Gülen zijn doorgedrongen. De aan de beweging gelieerde krant Zaman, het dagblad met de grootste oplage in Turkije, is een belangrijke steunpilaar van de regering en bericht uitvoerig over de Ergenekon-processen. De machtsstrijd tussen de regering en haar tegenstanders heeft geleid tot een tweedeling in de maatschappij, waarin beide zijden overtuigd zijn van een samenzwering aan de andere kant. Een deel van de seculier georienteerde liberale en linkse democraten steunt uit pragmatische overwegingen de AKP en ziet ook de Gülenbeweging als een maatschappelijke kracht die bijdraagt aan de doorbreking van het machtsmonopolie van de oude kemalistische elite en daarmee aan de democratisering van het land. Tegenstanders - waaronder een belangrijk deel van de Koerden en alevieten - vrezen dat de Gülenbeweging ernaar streeft de macht over te nemen. Omdat de verhoudingen in Turkije onvermijdelijk gevolgen hebben voor de verhoudingen binnen de Turkse gemeenschap in Nederland zal ook daar kort aandacht worden besteed in dit rapport.

Bestaande literatuur over de beweging

Er bestaat een inmiddels zeer uitgebreide verzameling literatuur over Fethullah Gülen en de naar hem genoemde beweging. (De literatuurlijst aan het eind van dit rapport bevat slechts een fractie van deze boeken en artikelen.) Verreweg het grootste deel van deze literatuur betreft de publieke activiteiten van de beweging of de gepubliceerde ideeen van Gülen. Een aanzienlijk percentage van de publicaties, inclusief die met wetenschappelijke pretentie, is bovendien door sympathisanten van de beweging geschreven of anderszins op initiatief van de beweging tot stand gekomen (zoals het overigens nuttige boek van Yavuz en Esposito). De beweging organiseert regelmatig aan de ideeen van Gülen gewijde conferenties aan gerenommeerde universiteiten, waarvoor ze zelf op eigen kosten alle sprekers uitnodigt - een methode die doet denken aan die van de farmaceutische en sigarettenindustrie. Een minder omvangrijk deel van de literatuur, vooral in het Turks, is polemisch van aard en geschreven door verklaarde tegenstanders van de beweging (zoals de Turkse journalisten Hikmet Çetinkaya en Soner Yalçın en enkele aan Amerikaanse neoliberale denktanks verbonden auteurs zoals Michael Rubin en Soner Cagaptay). Er zijn relatief weinig onafhankelijke kritische studies die ook serieuze inzichten bieden in de interne organisatie, de gezagsverhoudingen en de technieken van persoonlijkheidsvorming binnen de beweging. Berna Turam, Elizabeth Özdalga, Bekim Agai en Hakan Yavuz zijn de auteurs van de belangrijkste academische studies over de beweging, en de boeken van de journalisten Oral Çalışlar en Faik Bulut steken ver boven die van hun collega's uit door het onafhankelijke onderzoek dat ze ervoor verricht hebben.

Het zal niemand verbazen dat er op het internet een enorme hoeveelheid materiaal over Gülen en de Gülenbeweging te vinden is, en dat men hier ook de meest controversiele informatie aantreft. Dit betreft o.a. anonieme getuigenissen van voormalige leden van de beweging, samenzweringstheorieen van tegenstanders, en gedetailleerde informatie over de structuur en de vermoede verborgen agenda van de organisatie. In de meeste gevallen valt deze informatie niet uit onafhankelijke bron te bevestigen, en de waarde van deze internetbronnen is daarom gering.

Verantwoording: de uitvoering van dit onderzoek

Naast de bestudering van de genoemde schriftelijke bronnen bestaat het onderzoek uit directe observaties van activiteiten en interacties tussen leden van de beweging en uit een reeks diepte-interviews met personen die nu of in het verleden op enige wijze bij de beweging betrokken waren, als scholier of student in een internaat of studentenhuis, als sympathisant die weleens bijeenkomsten bijwoont, als organisator van activiteiten of als ondernemer die deze activiteiten financieel ondersteunt.

De onderzoekers hebben aan sleutelfiguren binnen de beweging laten weten wat voor onderzoek ze beoogden en gevraagd om toegang tot internaten en studentenhuizen en om bemiddeling bij het organiseren van interviews met verschillende typen aanhangers. Ze stuitten daarbij op moeilijkheden die ook door onderzoekers elders genoemd worden. De beweging organiseert een groot aantal publieke activiteiten, die gemakkelijk toegankelijk zijn en waarbij onderzoekers welkom zijn, maar schermt de interne organisatie en interne activiteiten zoals de spirituele vorming (of, met een onvriendelijk woord, indoctrinatie) van volgelingen zorgvuldig af van waarneming door buitenstaanders. De beweging stimuleert onderzoek door sympathiserende waarnemers, vooral zolang die zich beperken tot de publieke activiteiten op het gebied van onderwijs en dialoog. Onafhankelijke onderzoekers daarentegen worden doorgaans met enig wantrouwen bejegend. (Zoals een van onze respondenten, een voormalig lid, het uitdrukte: 'voor de beweging bestaan er alleen supporters en tegenstanders; als je geen supporter bent, behoor je vanzelf tot de tegenstanders; in onafhankelijke buitenstaanders geloven ze niet.')
Toegang tot internaten, huiswerkinstellingen, studentenhuizen en scholen werd niet geweigerd maar er vonden steeds vertragingen plaats, en het was duidelijk dat men probeerde een gunstige indruk te creeren en te benadrukken hoezeer iedereen, leiders en aanhangers, goed geîntegreerd was. Het was ook duidelijk, dat er binnen de beweging verschil van mening bestaat over de mate van openheid die betracht moest worden, waarbij een deel van de oudere en conservatieve kaders er weinig voor voelde, buitenstaanders toegang te verlenen, terwijl hoogopgeleide, grotendeels of geheel in Nederland opgegroeide kaderleden inzagen dat meer transparantie ook in het belang van de beweging zelf kon zijn. Geleidelijk breidde het aantal personen dat - kennelijk met instemming van de beweging -- bereid was met de onderzoekers te spreken zich uit.

De onderzoekers hebben de tijd genomen om zich door aanhangers van de beweging te laten kennen en vertrouwen te winnen zonder de onafhankelijkheid op te geven, maar ze hebben tegelijk via andere kanalen het aantal respondenten uitgebreid. Beide onderzoekers beschikken over uitgebreide netwerken van contacten in de Turkse en Koerdische gemeenschappen, in Nederland en Turkije zowel als elders in West-Europa, en hebben via deze netwerken gezocht naar aanhangers en sympathisanten en voormalige leden of aanhangers die bereid waren over hun betrokkenheid bij de beweging te spreken. Met deze respondenten zijn lange interviews afgenomen over hun levensgeschiedenis en de plaats die de Gülenbeweging daarin had. In deze interviews kwam ook veel informatie naar voren over de gang van zaken in internaten, studentenhuizen, zomerkampen en andere gelegenheden waar de religieuze en spirituele vorming plaatsvindt.
Wegens de toevalsfactor bij de selectie van onze respondenten vormen zij geen statistisch representatieve groep, maar de onderzoekers hebben wel gestreefd naar voldoende variatie in leeftijd, sociale klasse en politieke achtergrond, streek van oorsprong, migratiegeschiedenis en geslacht. Korte excerpten van de opgetekende levensgeschiedenissen worden in het rapport als illustratie gebruikt.

Opzet van dit rapport

Het eerste hoofdstuk geeft een overzicht van de ontwikkeling van de Gülenbeweging in Turkije en de internationale expansie ervan sinds de jaren tachtig. Het laat zien dat we te maken hebben met een beweging die is geworteld in het meest conservatieve deel van de Turkse samenleving maar die enorme veranderingen heeft doorgemaakt die een weerspiegeling zijn van de ingrijpende veranderingen van de Turkse samenleving. De geleidelijke verschuiving van een in zichzelf gekeerde, militant nationalistische en zelfs xenofobe opstelling naar een meer kosmopolitische houding en acceptatie van pluralisme is meer dan alleen een cosmetische correctie.
Het tweede hoofdstuk gaat dieper in op de specifiek religieuze kant van de beweging en de kenmerkende combinatie van actieve deelname aan de maatschappij en strikt persoonlijke spirituele discipline. De beweging wordt vergeleken met enkele andere religieuze bewegingen om de specificiteit van de traditionele religieuze grondhouding binnen de beweging duidelijker te maken. De hier geboden inzichten zijn cruciaal om te begrijpen wat de atmosfeer is in internaten, studentenhuizen en andere instellingen van de beweging.

De opkomst en ontwikkeling van de beweging in Nederland komen in het volgende hoofdstuk aan de orde, en hier worden ook de diverse instellingen behandeld. Een en ander wordt geîllustreerd met excerpten uit de levensverhalen van personen die persoonlijke ervaringen hebben opgedaan binnen deze instellingen en die al dan niet nog actief zijn binnen de beweging. Dit zijn allen bestaande personen; er zijn veel details weggelaten uit de excerpten om de anonimiteit van deze respondenten te beschermen, maar er zijn geen fictieve details toegevoegd.

In het slothoofdstuk wordt ingegaan op de vraag in hoever er aanwijzingen zijn dat de internaten en andere instellingen integratie dan wel segregatie bevorderen, of er zware druk op volgelingen wordt uitgeoefend zich te conformeren, en wordt de vraag nogmaals opgeworpen waar de geheimzinnigheid vandaan komt die de beweging omringt.

Kaynakça
Kitap: De Fethullah Gülenbeweging in Nederland
Yazar: Martin van Bruinessen
Kullanıcı avatarı
TurkmenCopur
Genelkurmay Başkanı
Genelkurmay Başkanı
 
Mesajlar: 13983
Kayıt: 29 Eki 2010, 17:26

Re: Gülen Hareketi Hakkında Kaynaklar

Mesajgönderen TurkmenCopur » 09 Nis 2011, 00:00

De Gülenbeweging is een sociaal en moreel behoudende religieuze beweging met een ondoorzichtige organisatiestructuur. Die ondoorzichtigheid wordt mede veroorzaakt door de scheiding van religieuze devotionele activiteiten, die in de besloten privesfeer plaatsvinden, en de niet-religieuze maatschappelijke activiteiten in het publieke domein. Doordat zij haar religieuze activiteiten buiten het publieke domein houdt, slaagt de beweging er uitstekend in, in geseculariseerde samenlevingen te opereren zonder zelf concessies te doen aan de religieuze overtuigingen en devoties.

Net als elders hebben ook in Nederland de publieke activiteiten van de beweging en de eraan verbonden instellingen, waaronder de Cosmicus-scholen, de ondernemersvereniging HOGIAF, de Dialoog Academie en media zoals de Nederlandse editie van de krant Zaman, geen specifiek religieus karakter. Met deze activiteiten wordt een relatief breed Turks-Nederlands publiek bereikt, dat zeker niet in zijn geheel als aanhanger van de beweging gekwalificeerd kan worden. Een beperktere groep, die men de kernleden van de beweging zou kunnen noemen (de beweging gebruikt de term şakirt), onderwerpt zich aan een strikter stelsel van gedragsregels en volgt een spirituele discipline waarin een zeker ascetisme en het reciteren van Koranverzen en gebedsformules, en lezing van de werken van Gülen en Said Nursi een belangrijke plaats innemen. Jonge mensen werden vooral in internaten (voor scholieren) en studentenhuizen (dersane) getraind in deze discipline, naast de begeleiding die ze er voor huiswerk en studie ontvangen. Met de sluiting van de laatste internaten is de organisatie van de collectieve disciplinering verschoven naar de leeftijdsgroep van de studenten.

De groep van kernleden en die van de bewoners van internaten en dersanes vallen niet samen. Niet alle scholieren in de internaten, noch alle studenten in dersanes behoren tot de kernleden. In beide instellingen treft men een minderheid die daar via eigen vriendschappelijke contacten of die van de ouders is terechtgekomen en die niet noodzakelijk geînteresseerd is in de spirituele discipline maar primair in de verbetering van studieresultaten. Internaatsbestuurders benadrukken dat de scholieren zelfs niet verplicht worden de vijf dagelijkse gebeden uit te voeren, en enkele geînterviewden erkennen dat. Maar in de praktijk doen praktisch allen mee aan de gemeenschappelijke religieuze oefeningen, of ze verlaten de instelling na enige tijd. Anderzijds zijn er ook kernleden die niet in een internaat of dersane geleefd hebben.

Kernleden offeren iets van hun individuele vrijheden op ter wille van de beweging. De discipline waaraan zij zich onderwerpen houdt ook gehoorzaamheid aan 'oudere broers' (abi) in. Ieder internaat en dersane heeft een abi, boven deze staat een abi van de stad of regio, en daarboven een abi voor het hele land. De hierarchische abi-structuur is een van de meest ondoorzichtige aspecten van de beweging, en de mate van gezag van de verschillende abis over activiteiten in de instellingen van de beweging is niet duidelijk. Woordvoerders van de instellingen stellen de abis voor als een soort informele godsdienstleraren en geestelijke verzorgers en ontkennen dat er sprake is van een strak geleide organisatie.

Vertegenwoordigers van de beweging stellen nadrukkelijk dat de talrijke publieke activiteiten wel worden uitgevoerd door mensen die zich door Gülen geînspireerd voelen maar dat er geen centrale planning door de beweging plaatsvindt. De initiatieven tot oprichting van scholen, dialoogorganisaties en een ondernemersvereniging zouden onafhankelijk van hogere gezagsdragers binnen de beweging hebben plaatsgevonden. Het zouden wel de door Gülen uitgedragen ideeen zijn die maken dat de volgelingen voor een bepaald type activiteit kiezen, maar deze zouden dat doen op hun eigen manier, zonder zich naar instructies uit Turkije of Pennsylvania te richten.

De onderzoekers hebben niet met zekerheid kunnen vaststellen in hoeverre deze voorstelling van een zeer gedecentraliseerde, vooral door een aantal algemene morele ideeen bijeengehouden beweging met de werkelijkheid overeenkomt. Enerzijds is het zo dat instellingen zoals de instituten voor huiswerkbegeleiding, de internaten en de scholen hun specifieke vorm en werkprogramma hebben gekregen in samenspraak met een veelheid aan Nederlandse instanties en adviseurs en meer in overeenstemming zijn met Nederlandse regelgeving en beleid dan met een mogelijk abstract model dat door de Gülenbeweging vanuit Turkije of de VS wordt opgelegd. De beweging vertoont een aanzienlijke flexibiliteit bij de aanpassing van haar initiatieven aan locale omstandigheden. Een van de sterke kanten van de beweging is ook dat ze de specifieke capaciteiten van haar kaderleden optimaal weet te benutten en hun ruimte geeft voor eigen initiatieven waar deze zich aan willen committeren. De meeste vooraanstaande leden hebben een duidelijk eigen profiel en drukken een herkenbaar eigen stempel op de activiteiten die ze coördineren. Anderzijds hebben de onderzoekers echter de sterke indruk dat de beweging, ook in Nederland, veel strakker is georganiseerd dan haar woordvoerders het willen doen voorkomen en dat de zeer diverse activiteiten wel degelijk binnen het kader van een gecoördineerd beleid plaatsvinden. Verticale communicatie vindt plaats in de vorm van regelmatige istişare-bijeenkomsten op verschillende niveaus, waarbij steeds een abi van een hoger niveau is betrokken.

De sluiting van de internaten - met ingang van het schooljaar 2010-11 zijn er volgens de betrokken leidinggevenden geen functionerende internaten meer - lijkt zo'n beleidsbeslissing te zijn geweest. De beslissing was mogelijk ingegeven, zoals bestuurders suggereerden, door de afnemende interesse van ouders voor deze instellingen. Het is echter niet onaannemelijk dat de onwelwillende belangstelling van de politiek voor deze instellingen ook een factor is geweest in deze beslissing.
De Gülenbeweging is niet alleen een islamitische, ze is ook een zeer Turkse beweging. Dat laatste aspect is misschien het duidelijkst zichtbaar in de activiteiten van de ondernemersvereniging HOGIAF, die expliciet Turks-Nederlands is en zich ook inspant voor verbetering van de handelsbetrekkingen tussen Nederland en Turkije. Het minst Turks zijn de Cosmicus-scholen, die niets specifiek Turks in het curriculum hebben en actief proberen leerlingen van alle etnische achtergronden te werven - al heeft een meerderheid van de ingeschreven scholieren een Turkse achtergrond. Na een publiciteitscampagne tegen het Cosmicuscollege in Rotterdam nam een aantal niet-Turkse ouders hun kinderen van die school, die daardoor de facto meer Turks werd. De instellingen voor huiswerkbegeleiding staan in principe open voor scholieren van verschillende etnische achtergrond, maar in de praktijk zijn zowel de leerlingen als de begeleiders vrijwel uitsluitend Turkse Nederlanders (met een enkele begeleider van andere etnische origine). Ook in de dersanes treft men eigenlijk alleen maar Turkse studenten.

Leden van de beweging participeren echter actief in de Nederlandse samenleving, spreken over het algemeen goed Nederlands en zijn relatief succesvol in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Het sociale verkeer buiten de eigen groep beperkt zich veelal tot de onderwijs-en werksfeer. In internaten en dersanes wordt aangedrongen op een ernstige, naar binnen gekeerde houding en het vermijden van frivool amusement; contacten met de andere sekse worden ontmoedigd en uitgesteld tot latere leeftijd. Huwelijken worden bij voorkeur gesloten met partners die binnen de beweging of met bemiddeling van de beweging worden gevonden. Er zijn echter verder geen aanwijzingen dat contacten buiten de eigen etnisch-religieuze gemeenschap op zich worden ontmoedigd.
Kullanıcı avatarı
TurkmenCopur
Genelkurmay Başkanı
Genelkurmay Başkanı
 
Mesajlar: 13983
Kayıt: 29 Eki 2010, 17:26

Re: Gülen Hareketi Hakkında Kaynaklar

Mesajgönderen TurkmenCopur » 09 Nis 2011, 00:01

Samenvatting

Kenmerkend voor de Gülenbeweging is de scheiding tussen de activiteiten in de publieke sfeer, die niet specifiek religieus zijn, en de expliciet religieuze vormen van devotie en verinnerlijking, die in de privesfeer van het internaat, de dersane, het zomerkamp en de huiskamer plaatsvinden. De publieke activiteiten - onderwijs, liefdadigheid, dialoog, ondernemerschap - staan niet los van de religieuze grondhouding die in de privesfeer wordt gecultiveerd, maar worden alle beschouwd als de uitvoering van religieuze plichten. De term hizmet, 'het dienen', verbindt beide sferen: maatschappelijke dienstverlening wordt als een vorm van devotie, dienen van God, gezien. Anders dan veel andere islamitische bewegingen, streeft de Gülenbeweging niet (of althans niet primair) naar islamisering van de publieke sfeer, maar ziet deze als een plaats van ontmoeting met andersdenkenden. Het opvoedingsideaal van de beweging is erop gericht een elite te trainen van personen die een ascetische, diep-gelovige levenshouding paren aan professionele bekwaamheid en succes in 'wereldse' activiteiten.

De beweging ziet zich als een niet-politieke beweging maar is in Turkije een politieke factor van toenemende betekenis. Hoog opgeleide aanhangers van de beweging hebben belangrijke posities in de zakenwereld, delen van het staatsapparaat, het onderwijs en de media bereikt, en zij spelen een belangrijke rol in de machtsstrijd tussen de oude kemalistische, secularistische, elite en de nieuwe opkomende middenklasse die geworteld is in het meer traditionele en religieus gezinde deel van de bevolking. Tegenstanders verdenken de beweging ervan achter een seculiere façade een dubbele agenda te verbergen die er wel degelijk op gericht is, uiteindelijk aan de maatschappij de sjariah, de islamitische plichtenleer, op te leggen. Het bestaan van een dergelijke agenda is nooit aangetoond, maar dat neemt de achterdocht bij tegenstanders, met name de alevitische minderheid, niet weg.
Sinds het uiteenvallen van de Sovjetunie heeft de beweging haar terrein van actie uitgebreid naar de nieuwe onafhankelijke staten in Centraal-Azie, de Kaukasus en de Balkan, waar ze goede kostscholen oprichtte (met een grotendeels Engelstalig, seculier curriculum), eigen kranten uitgaf, en nauw samenwerkte met Turkse zakenmensen die daar ondernemingen opzetten. Vervolgens ondernam de beweging soortgelijke activiteiten in tal van andere landen in Azie en Afrika (die sterk doen denken aan de activiteiten van christelijke zending/missie en ontwikkelingshulp), en ze werd ook actief onder de Turkse gemeenschappen in West-Europa en Noord-Amerika. Inmiddels heeft de beweging in ruim honderd landen scholen en andere instellingen opgericht.

In Nederland kwamen kleine aantallen aanhangers van de beweging vanaf de jaren tachtig bijeen in huiskamerbijeenkomsten, waar vooral de mystiek getinte Koranuitleg van Said Nursi, een van de twee inspiratiebronnen van de beweging, werden besproken. De beweging raakte goed georganiseerd vanaf het moment dat er een tweede generatie was die de universiteit of hogeschool doorlopen had. Studenten en jonge afgestudeerden richtten in de tweede helft van de jaren negentig de eerste internaten en instellingen voor huiswerkbegeleiding op, om de prestaties van Turks-Nederlandse kinderen in het voortgezet onderwijs te verbeteren en om hun bescherming te bieden tegen de gevaren van drank, drugs, seks en kleine criminaliteit. Het duurde enige tijd voordat er ook scholen werden opgericht, maar met steun van het Ministerie van Onderwijs en gemeentelijke instellingen werd in 2006 de eerste school, het Cosmicus College in Rotterdam (met havo en vwo-afdelingen), geopend, enkele jaren later gevolgd door het Cosmicus Montessori Lyceum in Amsterdam en een Cosmicus basisschool in Rotterdam. Daarnaast werden diverse andere instellingen opgericht, zoals de ondernemersvereniging HOGIAF en de Dialoog Academie.

Terwijl de publieke activiteiten van de beweging, waartoe ook de scholen gerekend kunnen worden, redelijk transparant zijn en geen duidelijk religieus karakter dragen, zijn de religieuze devoties en persoonlijkheidsvormende discipline in de privesfeer aanzienlijk minder gemakkelijk waarneembaar. Een aanhoudende stroom van verdachtmakingen, gevoed door politieke tegenstanders van de beweging, richt zich met name op de vermoede dubbele agenda, indoctrinatie, dwang en strakke controle waaronder jongeren in de scholen en internaten zouden verkeren. Het hier gerapporteerde onderzoek heeft zich vooral gericht op de vormen van disciplinering binnen instellingen van de beweging, en de belangrijkste bron van informatie bestaat uit lange levensloopinterviews met leden en ex-leden van de beweging.

Beide scholen voor voortgezet onderwijs maken deel uit van grotere onderwijskoepels en staan onder een bestuur dat niets met de Gülenbeweging te maken heeft. Wel komt een deel van het lerarenkorps uit de beweging voort en is het 'concept' van de school - sterke nadruk op technische vakken en op vorming tot wereldburger - door de aan de beweging verbonden Stichting Cosmicus geformuleerd. Er bestaat geen formele band tussen de scholen en internaten of andere buitenschoolse activiteiten van de beweging. De kwaliteit van het onderwijs is door de schoolinspectie getoetst en voldoende bevonden.

Huiswerkbegeleiding wordt in een groot aantal steden aangeboden en vooral door student-vrijwilligers gegeven. De meeste van deze vrijwilligers zijn aanhangers van de beweging en doen hun best als rolmodel te fungeren, maar hun activiteit beperkt zich tot hulp bij het huiswerk, met behulp van de Nederlandse schoolboeken. Daarnaast zijn er wekelijkse zondagsschoolachtige activiteiten, waar jongeren in het religieuze gedachtegoed van de beweging worden ingewijd.
De intensiefste vorm van religieuze disciplinering vond tot voor kort plaats in de internaten (voor scholieren van het voortgezet onderwijs), die een decennium lang de belangrijkste instellingen van de beweging waren. Scholieren werden hier afgeschermd van een als bedreigend ervaren buitenwereld, frivool vermaak en ongewenste lectuur; ze hadden een strak gestructureerd dagschema met veel tijd voor huiswerk en voor religieuze devoties. Er was binnen deze instellingen geen fysieke dwang om mee te doen aan alle activiteiten maar wel een sterke sociale controle en voortdurende overreding, waardoor de meeste scholieren zich conformeerden aan het gewenste gedrag. Uit de interviews is niets gebleken van werkelijke dwang, hoewel hier wel naar gevraagd is; allen bevestigden dat vooral het voortdurend samenzijn met de groep de druk tot conformeren versterkte. Overigens zijn de internaten inmiddels alle gesloten - volgens de betrokken bestuurders wegens sterk afgenomen belangstelling van de zijde van de ouders.

De belangrijkste disciplinerende instellingen zijn nu de studentenhuizen van de beweging (dersane of ışık evi genoemd). Dit zijn doorgaans gewone woonhuizen waar vier tot zes studenten samenwonen, van wie een als de oudere broer (abi) optreedt en de contacten met personen van gezag binnen de beweging onderhoudt. Het aantal dersanes in Nederland bedraagt tientallen. De dersane biedt de studenten goedkope huisvesting en een beschermde omgeving, met sterke onderlinge ondersteuning en controle. Er is sterke druk om aan de ascetische zelfdisciplinering deel te nemen en contacten buiten de beweging tot het noodzakelijke te beperken. Alle geînterviewden die in een dersane geleefd hebben spraken van de positieve invloed die dit had op hun studieresultaten; sommigen - vooral degenen die later uit de beweging zijn getreden - klaagden over voortdurende sociale controle en gebrek aan intellectuele vrijheid. Overigens erkende ieder dat men zich vrijwillig aan de discipline onderwerpt; wie weigert zich aan de discipline te onderwerpen kan zich zonder problemen van de beweging losmaken.

Een van de vaak gehoorde beschuldigingen aan het adres van de Gülenbeweging is dat ze door de sociale controle over haar aanhang en het beperken van sociale contacten tot de eigen kring integratie zou belemmeren. De internaten en dersanes houden scholieren en studenten in een beschermde omgeving van de eigen gemeenschap en schermen hen met name af van niet noodzakelijke contacten daarbuiten. Er is echter een sterke ondersteuning van inspanningen om succes te boeken op school en bij voortgezette opleidingen. Deze instellingen hebben participatie in het onderwijs bevorderd. Naar uit de door de onderzoekers afgenomen interviews blijkt, vinden schoolverlaters en afgestudeerden uit kringen van de Gülenbeweging werk in zeer uiteenlopende sectoren van de arbeidsmarkt, en zeker niet uitsluitend in Turkse kring. We zijn bovendien geen enkel geval van werkloosheid tegengekomen. Op deze twee belangrijke indicatoren van integratie, schoolsucces en arbeidsparticipatie, blijken de internaten en dersanes dus geen belemmerende maar juist een bevorderende invloed te hebben.

Waar de beweging bewust afstand houdt van de bredere samenleving, is op het gebied van morele waarden. Zij houdt vastberaden vast aan de eigen geloofsovertuiging en conservatieve morele normen, die verschillen van (wat zij aanziet voor) de dominante morele waarden van seculier Nederland. Deze houding heeft ze overigens gemeen met tal van andere religieuze gemeenschappen, autochtoon zowel als allochtoon. Van de trouwe aanhang verlangt de beweging gehoorzaamheid aan haar morele normen en deelname aan de devotionele activiteiten, maar ze doet geen pogingen die normen en devoties aan anderen op te leggen, ondanks een zekere bekeringsijver. In publieke activiteiten werken prominente leden van de beweging met opvallend gemak samen met mensen van zeer uiteenlopende achtergronden, waaronder ongelovigen.
Kullanıcı avatarı
TurkmenCopur
Genelkurmay Başkanı
Genelkurmay Başkanı
 
Mesajlar: 13983
Kayıt: 29 Eki 2010, 17:26


Dön Hollanda'da Fethullah Gülen Örgütlenmesi Hakkında Raporlar

Kimler çevrimiçi

Bu forumu gezen kullanıcılar: Hiç bir kayıtlı kullanıcı yok ve 1 misafir